De toewijzing van ondersteuning naar het speciaal (basis) onderwijs

Sommige leerlingen hebben gespecialiseerd onderwijs nodig. Speciaal (basis) onderwijs is bedoeld voor leerlingen die behoefte hebben aan gespecialiseerde en intensieve ondersteuning bij hun leerproces, hun sociaal emotionele ontwikkeling en/of hun gedragsregulering en/of op medisch/fysiek gebied. Als een kind speciale ondersteuning nodig heeft op de school, maken we onderscheid tussen het toewijzen van extra ondersteuning (niveau 3) en het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal basisonderwijs (sbo) en het speciaal onderwijs (so) (niveaus 4 en 5). Het afgeven van een dergelijke verklaring is een belangrijke formele stap en gebeurt altijd in samenspraak met de ouders. Een toelaatbaarheidsverklaring wordt afgegeven als blijkt dat de huidige school (of eventueel andere thuisnabije reguliere basisscholen) onvoldoende in staat is passend onderwijs te bieden (ook niet met extra ondersteuning in niveau 3) en een school voor speciaal (basis)onderwijs dat wel kan.

Speciaal (basis)onderwijs

1. Toelaatbaarheidsverklaring

Voor plaatsing in het  speciaal (basis)onderwijs heeft een leerling een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) nodig. Het Samenwerkingsverband beslist op aanvraag van de school of een leerling toelaatbaar is tot het speciaal basisonderwijs (sbo) of tot het speciaal onderwijs (so). Het Samenwerkingsverband geeft dan een TLV af.

Het Samenwerkingsverband is verplicht om zich over de toelaatbaarheid van een leerling tot het s(b)o te laten adviseren door twee onafhankelijke deskundigen. De deskundigen zijn een orthopedagoog of een psycholoog en afhankelijk van de leerling over wiens toelaatbaarheid wordt geadviseerd ten minste een tweede deskundige, te weten een kinder- of jeugdpsycholoog, een pedagoog, een kinderpsychiater, een maatschappelijk werker of een arts.

>> Download hier het aanvraagformulier TLV (digitaal invulbaar)

2. Adviescommissie Toelaatbaarheid

Binnen ons Samenwerkingsverband wordt gewerkt met een Adviescommissie Toelaatbaarheid die bestaat uit drie onafhankelijke leden die niet verbonden zijn aan een school/schoolbestuur van het Samenwerkingsverband.

De Adviescommissie Toelaatbaarheid van het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Noord-Limburg bestaat uit onderstaande deskundigen;

  • Annemarie Graus (GZ-psycholoog) kan betrokken worden bij adviesvragen en TLV s(b)o-(her)aanvragen. Ook kan ze betrokken worden bij leerlingen met complexe psychiatrische problematieken:  a.graus@swvpo.nl
  • Annemieke Vercoulen (orthopedagoog) kan betrokken worden bij adviesvragen en TLV s(b)o-(her)aanvragen. Daarnaast is ze betrokken bij inhoudelijke zaken rondom Grippa (digitaal platform passend onderwijs) en zal ze op termijn betrokken zijn bij de onderinstroom vanuit voorschoolse voorzieningen   a.vercoulen@swvpo.nl
  • Ben van der Heijden (orthopedagoog) kan betrokken worden bij adviesvragen en TLV s(b)o-(her)aanvragen. Daarnaast kan hij betrokken worden bij complexe casussen, zoals onder andere thuiszittersproblematiek etc.:  b.vanderheijden@swvpo.nl

De taken

De Adviescommissie Toelaatbaarheid van het Samenwerkingsverband heeft twee taken:

  1. Het beantwoorden van een adviesvraag van de school/ het schoolbestuur.
  2. Het door minimaal twee deskundigen, afzonderlijk van elkaar, geven van advies over TLV-aanvragen en verzoeken tot verlenging van de TLV voor het speciaal onderwijs (so) en het speciaal basisonderwijs (sbo) aan de directeur-bestuurder.

De directeur-bestuurder van het Samenwerkingsverband laat zich adviseren door de deskundigen van de Adviescommissie Toelaatbaarheid en neemt het uiteindelijke TLV besluit als uit de aanvraag en de deskundigenadviezen blijkt dat het regulier onderwijs onvoldoende in staat is om tegemoet te komen aan de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling.

Overige ondersteuningsvragen
Wanneer voorschoolse voorzieningen en bovenschoolse ondersteuningscoördinatoren (boc’ers) tegen ondersteuningsvraagstukken aanlopen, kan de Adviescommissie Toelaatbaarheid meedenken over welke aanpak, expertise en ondersteuning het best passend zou kunnen zijn en/of welke wegen bewandeld zouden kunnen worden. Voorschoolse voorzieningen en boc’ers kunnen hiervoor contact opnemen met de Adviescommissie Toelaatbaarheid, waarna er afspraken worden gemaakt m.b.t. een passend vervolg.

3. Wat moeten scholen regelen (procedure)?

Scholen moeten ervoor zorgen dat elk kind een passende plek krijgt. Ook als het kind extra begeleiding en ondersteuning nodig heeft. Deze verplichting voor scholen heet zorgplicht. De zorgplicht geldt voor kinderen die al op school zitten en kinderen die worden aangemeld. De school zoekt in overleg met de ouders een passende plek.

De betrokken medewerkers van de school waar de leerling staat ingeschreven en de boc’er bespreken samen met ouders de (her)aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring s(b)o en stellen het dossier samen. Scholen zijn verantwoordelijk voor het tijdig (her)aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring.

Het dossier wordt door de boc’er in Grippa (digitaal platform passend onderwijs van het Samenwerkingsverband) gezet. Een lid van de Adviescommissie Toelaatbaarheid analyseert het dossier en blijft betrokken als onafhankelijk deskundige. Vervolgens vindt er een gesprek plaats waaraan de ouders, de aanvragende school, een lid van de Adviescommissie Toelaatbaarheid en de boc’er deelnemen (en eventueel andere relevante betrokkenen en/of deskundigen). Dit wordt het Ondersteuningsloket (OSL) genoemd. Van het Ondersteuningsloketgesprek wordt een verslag gemaakt dat door de boc’er in Grippa wordt geplaatst.

Deskundigenadvies
Indien in het Ondersteuningsloketgesprek naar voren komt dat de school haar TLV-aanvraag wil doorzetten, verzorgt het betrokken lid van de Adviescommissie Toelaatbaarheid een deskundigenadvies, waarin deze zijn/haar advies om een TLV wel/niet af te geven onderbouwt. Indien er, naast het betrokken lid van de Adviescommissie Toelaatbaarheid, een tweede onafhankelijk deskundige is aangesloten bij het Ondersteuningsloketgesprek, zal deze het tweede wettelijk vereiste deskundigenadvies verzorgen. Indien er geen andere onafhankelijk deskundige bij het Ondersteuningsloketgesprek betrokken was, zal een ander lid van de Adviescommissie Toelaatbaarheid het tweede deskundigenadvies verzorgen op basis van het in Grippa beschikbare dossier en eventueel naar zijn/haar eigen inzicht noodzakelijk aanvullend onderzoek.

4. Toelating

De TLV-aanvraag van de school en beide deskundigenadviezen worden door de betrokken boc’er voorgelegd aan de Adviescommissie Toelaatbaarheid. Leden van de Adviescommissie Toelaatbaarheid die reeds een deskundigenadvies over de TLV-aanvraag hebben uitgebracht, worden niet betrokken bij de verdere voorbereiding van de besluitvorming.

De Adviescommissie Toelaatbaarheid geeft op basis van het volledige dossier en de uitgebrachte deskundigenadviezen een advies aan de directeur-bestuurder van het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Noord-Limburg. De TLV moet deugdelijk gemotiveerd zijn met een goede onderbouwing van de extra ondersteuningsbehoefte van de leerling.

De directeur-bestuurder van het Samenwerkingsverband bepaalt op basis van dit advies of een leerling kan worden toegelaten tot een gespecialiseerde onderwijsvoorziening. De directeur-bestuurder van het Samenwerkingsverband neemt dan het besluit of er wel of geen TLV wordt afgegeven. De bestuursorganisatie van het Samenwerkingsverband bepaalt de hoogte en de duur van de TLV.

Tegen het TLV-besluit kan door de ouders bezwaar en beroep worden ingesteld. De directeur-bestuurder zal in de gevallen dat ouders het niet eens zijn met de TLV-aanvraag dan wel de TLV-aanvraag zal worden afgewezen, eerst een voorgenomen besluit nemen waarop ouders hun zienswijze kunnen geven en kunnen vragen om het voornemen te herzien.

Het totale ondersteuningsproces wordt in Noord-Limburg als gehele keten gezien. Samen zorgen we voor een passende plek voor elke leerling.